En voor een tijd was het goed
Voorspoed en Vooruitgang vielen hun ten deel. Zij geloofden in de Rede en Wetenschap en bouwden hierop hun huis. Het huis was vol harmonie, schoonheid en gelach en allen waren zij tijdenlang onbezorgd en genoten zij van het gekozen leven.
Tot de komst van de profeet.
Lelijk als de nacht was zij, misvormd, oogloos met een gapende mond als een woordloze schreeuw. Haar lichaam verkrampt in eeuwige kwelling. Zij droeg het gewaad van de toekomst en zij brak het glas met haar bloedende handen en toonde hen de wereld.
De wereld was vol pijn. De aarde kreunde onder het door de mens opgelegde juk, machines roeiden mensen uit als weerspannig onkruid en de vooruitgang zorgde voor armoede, dood en verderf.
En allen schreiden zij, allen waren zij wanhopig.Met lichamen vertrokken van pijn, verblind door haat en hun monden in een collectieve schreeuw van afgrijzen, braken zij Rede & Wetenschap af.En zo lag het huis in puin, want wat niet ondersteund wordt kan niet blijven bestaan, net zomin als een wijnrank groeien kan zonder de eeuwige steun van boom en tak.
De wereld brandde en niemand die hem doven kon. Eén voor één stierven zij en niemand die nog kon huilen. Moeder natuur deed haar werk, wiste zij alle sporen en bloeide zij als weleer.
En voor een tijd was het goed