Vanaf de eerste slagen op het toetsenbord weet ik al dat dit een slecht idee is, dat ik dit hoogst waarschijnlijk over een dag of twee, misschien langer zal verwijderen, maar nu moet het eruit. Het is ironisch dat ik het doe op een koude, lege, betekenisloze plaats als het internet, maar het is net die leegheid en anonimiteit die ik nodig heb om mij niet schuldig te voelen over wat ik ga zeggen. Nee, niet om wat ik ga zeggen, eerder om het feit dat ik het zeg. Als ik tegen mensen over mijn verleden vertel voel ik me snel schuldig, omdat ik het gevoel heb dat ik zaag, omdat ik het gevoel heb dat ik een zwaar leven achter de rug heb vol pijn en smart. Terwijl ik net, tijdens het typen tot inzicht ben gekomen dat ik meer goed dan slecht heb meegemaakt. Ik hem mezelf er gewoon nooit over laten nadenken. Tot nu dus. En het kan me compleet niet meer schelen dat ik tot het duizend-in-een-dozijn mensen behoor die zijn gevoelens hoerig over het internet uitsmeert, soms moet je het kunnen uitschreeuwen in een woestijn om gehoord te worden.
Tot zover de opening, nu dan maar de plotontwikkeling en expositie. Na een lange poos weigeren te leren en afleiding te zoeken in alle mogelijke gedachten, waarvan de meest frequenterende het her-inrichten van dit huis, had ik besloten te gaan slapen en de volgende ochtend gewoon vroeg op te staan om verder te leren. “Niet zonder eerst wat muziek” dacht ik, aangezien ik vandaag maar 2 of 3 liedjes had gehoord. En een dag niet geluisterd is een dag niet geleefd, mijn bescheiden mening. Dus nam ik m’n mp3 speler van niet nader genoemd merk mee in bed en begon aandachtig te luisteren naar de tekst. Iets wat ik normaal nooit doe en wat me opvallend veel rust gaf.
Vanaf dit punt ben ik eigenlijk gerust dat ik elke potentiële lezer al kwijt ben geraakt ik mijn gemijmer, dus ik kan naar hertelust verder typen, zonder angst. Tenzij iemand diagonaal aan het lezen is… Nuja, dus. Ik begon na te denken over mijn ex-vriendje, aan onze leuke momenten samen, wat ik daarbij voelde etc. En daar ligt net het probleem; ik voel niets. Al een hele tijd voel ik geen vreugde, liefde of empathie meer. Ik ben leeg vanbinnen, en dat zeurt. Ik heb altijd het gevoel dat ik niet aan het genieten ben, of dat ik niet kan genieten. Eén van de redenen waarom mijn ex mijn ex is; ik begon me gewoon te schuldig te voelen omdat ik altijd zo weinig voelde. Ik heb daarnet één en ander gemakshalve overgeslagen, maar ik moet echt alles eruit hebben.
Ik heb altijd een bepaalde toekomst voor mezelf gewild, een toekomst die altijd binnen handbereik leek, tot mijn vader van mijn stiefmoeder scheidde. Die herinneringen heb ik ook liggen oproepen, de herinneringen aan ons veilig gezinnetje, mijn vader, stiefmoeder, zus en ik. In die tijd had ik altidj het gevoel dat alles om mij draaide, ik deed compleet mijn zin, vaak naar de ergernis van mijn vader, maar tegelijk ook zijn goedkeuring. Niemand leerde mij echt kalmeren. Ik werd heel dubbel opgevoed. Maar afijn, daar straks meer over. Eerst: veilige haven bij vader, weggebroken, ik alleen achter. In die bepaalde toekomst zat ook een bepaalde visie van de ideale partner ingebakken. Mijn visie van de persoon die ik zou ‘verdienen’. Mijn ex voldeed niet aan dat beeld. Das zééér hard om te zeggen en is eigenlijk heel onrespectvol tegenover zijn prachtige persoonlijkheid. Ik bedoel eigenlijk; ik heb mij altijd iemand ingebeeld die 100% bij mij past, op vlak van muziek, overtuigingen, humor, intelligentie, hobby’s, interesses… En ik wéét dat zo’n mensen bestaan, of op z’n minst dat HIJ bestaat. Mijn ex is de allerliefste jongen in de hele wereld, en ex vind ik zo’n vies woord om hem mee aan te duiden (maar ik wil z’n echt naam niet gebruiken, dus doen we maar), maar we hadden zoveel meningsverschillen en ik ergerde me zo vaak aan hem, dan aan mezelf omdat ik me aan hem ergerde, dat ik het gewoon niet meer aankon.
Ik moet toegeven, ik voel een grote angst dat ik nooit die droompersoon zal ontmoeten en een leuke/ geweldige relatie heb ‘opgezegd’ voor niets.
Na de herinneringen aan de veilige haven bij mijn stiefmoeder (mijn vader vloog teveel uit om hem echt eer te geven) wou ik doorgaan naar het pesten. Ik wéét dat ik vroeger, in de lagere school en misschien zelfs in de kleuterklas, gepest ben geweest. En samen met de tweede scheiding zijn dat gebeurtenissen die mijn herinneringen aan mijn leven grijs hebben gekleurd. Zelfs zwart. Het zijn de twee redenen waarom ik eigenlijk niet terug durf kijken. Ik denk dat ik mezelfde pijn wil besparen, maar door dat te doen mijzelf ook verhinder het leven in een positief daglicht te bekijken. Dat en nog een ander ding dat ik zometeen zal verklaren. Ik probeerde dus die pest-herinneringen op te halen, en ik voelde een blokkade. Ik beeldde me in dat ik een doos/schuif opendeed en er alleen maar zwart uitkam/inzat. Ik wou het zwarte uit de doos, of de doos wegwerpen, maar dat ging niet. Of ik liet het niet toe, welke van de twee ook.
Dus ik kwam op het idee mijn eigen geheugen te besluipen via herinneringen aan het skiëen uit mijn jeugd, waarbij mijn moeder en stiefvader opvallend afwezig waren of werden gehouden. Ik heb het gevoel met hen nooit gelukkig te zijn geweest. Maar zoals al eerder gezegd, daar over zo meteen meer. Ik weet nu al dat ik deze tekst waarschijnlijk niet opnieuw zal overlezen. Het zou het beste zijn van wel, maar afijn. DUS: mijn herinneringen leken hun kleur te verliezen en op één of andere manier minder goed zichtbaar te worden, alsof ze kleine transparante icoontjes werden. En zo kwam ik terecht in de herinneringen van mijn schoolgaan. En dus normaal gezien ook het pesten. En daar zit net het vreemde; hoe hard ik ook probeerde met te denken aan dat pesten, wat er juist gebeurde en of er gepest werd, de beelden waren weg. Het was als in een politiefilm, waar ze zoeken naar een bepaald stuk pellicule en ze die niet meer op de filmband terug vinden. Ik zal later nog is terug proberen denken. Ik zag wel de voor-en de na’s van het pesten, of laat ons zeggen, de voor en de na’s die ik het vaakst voor de geest haal en dus het beste ken.
En na dat besef, dat die herinneringen weg waren, besefte ik ook dat ik dat helemaal niet erg vond. Dat ik daar ansich niet zo zwaar aan til. Dat het eerder iets anders is dat me ongelukkig maakt, of vaak neerslachtig doet zijn. En toen wist ik het. Internet & computers. Nee, niet zozeer die combinaties of die dingen apart, maar waar ze voor mij voor staan. Bij mijn stiefmoeder en vader was ik zoals al eerder gezegd gelukkig, ik werd er ondersteund, uitgedaagd, opgevoed, bemind. We gingen op reis met de tent, bouwden dingen samen, knutselden, lazen samen (de televisie stond niet vaak op), deden impulsieve dingen, speelden gezelschapsspelletjes… Bij mijn moeder was het één grote ijskast. Mijn stiefvader haatte mij, zat achter mijn zus aan (buiten mijn weten om) en mijn moeder deed niets. Ze wou mij altijd betuttelen, knuffelen. We keken altijd tv en praatten bijna nooit. Natuulijk zeiden we ieder ons ding, maar niet veel en niet vaak. We keken tv, mijn moeder haatte gezelschapsspelletjes en nee zeggen. Ik kreeg alles wat ik wou, buiten wat ik nodig had. Mijn vader klaagde altijd dat mijn zus en ik lastig werden als hij ons terug moest brengen naar mijn moeder. Dat we onbeleefd en onrustig werden. Niet moeilijk.
Een huis zonder regels en vol haat/onderhuidse frustraties/perversies (sms/watersport video’s op verschillende plaatsen, zoals bovenaan in de voorraadkast, dankuwel ouders) daar wil je uit wegvluchten. Maar wat als je niet weet hoe vrienden te maken? Wat als je gepest wordt en niemand hebt om naartoe te gaan? Wat als je niet aangezet wordt tot sociale interactie? (op dat vlak was het idem bij mijn vader, ze hadden zel niet veel vrienden en zagen het belang er niet van in, een gezin was genoeg, en dat was het ook als ik bij hun was). Maar dus; ik ging vluchten in internet. Ik had een computer met verbinding op mijn kamer staan en ik kon zagen voor beter bij mijn bijna-alles gevende moeder. Nee, da’s waar. Eest most ik nog beneden op de computer. Maar dat veranderde snel. Ik leerde mensen kennen op het internet, ook mijn geaardheid, ik leerde websites bouwen, grafisch ontwerp, crack sites vol blote vrouwen… En natuurlijk mijn geschiendenis wissen etc. Mijn wereld werd er één van lezen, sites bouwen en porno. Zelfs op zo’n jonge leeftijd (misschien ook normaal?) was dat hetgene dat ik vaak deed. Porno bekijken bij gebrek aan liefde.
Natuurlijk behoort veel van dit alles tot het verleden; ik heb geen veilige haven meer, ik heb geen idee meer hoe php werkt en ik heb genoeg vrienden om me heen en dingen om handen; maar toch blijft er die diepe frustratie. En ik denk dat het die frustratie is die mij ongelukkig houdt; na de scheiding tussen mijn vader en stiefmoeder ben ik permanent bij mijn moeder moeten gaan wonen. En nu woon ik op de plek die ik het meeste haat. Als ik niet het huis uit ben, zit ik op mijn kamer, voor de computer. Ik lees nog zelden, omdat ik me dan nog te pijnlijk bewust ben van het feit dat ik ben waar ik niet wil zijn. Des te pijnlijker is het als je moeder zich er van bewust is en je geluk nog steeds probeert te kopen en je porbeert bij haar te houden.
Nog pijnlijker is het als je je ingebeeld had dat je dit jaar gelukkig en vrij op kot zou zitten, of dat je weekendwerk zou doen om je appartement te betalen. Dat je in plaats daarvan blog posts zit te schrijven om 2 uur ‘s nachts en je de volgende dag examen hebt, maar dat je o zo ongelukkig bent en dat niet wilt zijn.
I feel lost and lonely.